Waarom zou je vastgoed aanhouden als rijksgebouwendienst als er geen gebruik van wordt gemaakt door asielzoekers? Dan kan je dat net zo goed verkopen. Toch? Zo blikte Klaas Dijkhof bij de talkshow van Sven Kokkelman gister terug op een besluit om de opvangcapaciteit voor vluchtelingen af te schalen. In zijn ambtstermijn.
Ja, waarom zou je dat aanhouden? Die vraag is valide. Maar ook best eenvoudig te parereren. Wat aan de talkshow tafel uiteraard niet gebeurde… We nemen even een ander voorbeeld. Heeft Nederland wapens? En hoe vaak worden die gebruikt? Zullen we de wapens dan maar weg doen? Zou de bewindspersoon een brandverzekering voor zijn huis hebben? Ik bedoel, dat brand voorkomt, dat weet je. Maar de kans is klein. Dus waarom eigenlijk een brandverzekering?
Met andere woorden men blijft dichter bij de centrale vraag, “wat zijn we hier aan het doen?”. En het olympische rendementsdenken heeft de druif nog niet tot krent verdroogd
voor, deregeringspartij.nl
In de Corona periode was er een moment dat Nederland bijna op haar knieën moest gaan bedelen om bedcapaciteit in Duitsland. De Duitsers hebben de zorg wat “overgedimensioneerd”, voor het geval dat. Er kwamen in die periode allemaal grafiekjes en statistiekjes voorbij. En dagelijks hielden experts ons op de hoogte van de temperatuur in de zorg. Iedereen zat te kijken naar ‘magical’ dashboards en de site van het RIVM. En zo werden we ook bewust dat de zorg in omringende landen anders is georganiseerd.
In Duitsland zijn er 7,8 ziekenhuisbedden per 1000 inwoners in Nederland 2,9. Dus, als het hier mis gaat. Dan gaat het dus ook gigantisch mis. Nederlandse ziekenhuizen werken veel efficiënter. En dat vinden wij goed. Maar is dat ook goed? Is efficiëntie het juiste criterium voor een zorginstelling? Of is goede zorg leveren misschien logischer? En wanneer gaat doorgeslagen efficiëntie, kostenbewustzijn en marktwerking ten koste van de zorg?
Enfin zoals zo vaak als het om munten gaat, is niet Duitsland. Maar Nederland het voorbeeld voor Duitsland. De Kaasschaaf eroverheen, want dat kan allemaal veel goedkoper en efficiënter. En hier zien we die parallellen met de asielopvang. Want dat is het onderwerp, het lijkt dus onze cultuur om zo om te gaan met alles. Zelfs onszelf; opereren, diclofineac erin, even een wandelingetje op de gang en hup naar huis jij! Opflikkeren want anders gaat ons verdienmodel eraan. Er is schaarste, er is krapte, er is te weinig, het is te vol.
Nederlandse ziekenhuizen werken dus veel efficiënter dan Duitse ziekenhuizen. De ligduur is minder, en artsen zien tot wel tien keer meer patiënten als in Duitsland. Nou, nou ronkende cijfers op het dashboard. Applaus voor de zorg in Nederland. Inderdaad niet te doen?
Want, 10 keer zoveel dat is vast niet gratis?https://www.ggznieuws.nl/burn-outcijfers-onder-artsen-zijn-alarmerend
Enfin de ziekenhuizen in Duitsland dreigen dus failliet te gaan maar in Nederland is er geen hond te vinden voor een baan in de zorg. Maar is een ziekenhuis niet op voorhand failliet? Het is een geld-verbrandingsoven die we als samenleving financieren met het harde werk op andere plekken omdat we dat belangrijk vinden. Net als kunst, cultuur, onderwijs, openbaar vervoer, het leger, politie. Dat zijn failliete ondernemingen omdat het gewoonweg geen ondernemingen zijn. Althans ooit was dat zo voordat het zaligmakende liberale antwoord van marktwerking voor alles haar intrede deed. Van echte marktwerking is echter nooit sprake omdat de markt door de overheid wordt gereguleerd (verstoord, geschapen) daardoor is er helemaal geen marktwerking en ontstaan er allerlei problemen die er helemaal niet hoeven te zijn. Die in het verleden werden opgelost door een mix van marktactiviteiten en overheidsdiensten betaald uit belastingen. Wij hebben dit Amerikaanse model geïmporteerd maar ook daar functioneerde het niet en dat wordt aan die kant van de oceaan helder uiteengezet door deze meneer.
De Hollandse handelsgeest heeft ons veel gebracht maar is niet het antwoord op alles. Het bijt ons keihard in de staart in de publieke sector. Die een plicht heeft om doelmatig en effectief te zijn maar het zijn geen winst gedreven ondernemingen. Neem asielopvang bijvoorbeeld. Waar we dit stuk mee begonnen. Het COA heeft een vluchtelingencrisis omdat zij gefinancierd werden per opgevangen asielzoeker. Als die er niet zijn dan kan je de rekeningen voor je gebouwen niet betalen. Maar als de stroom weer op gang komt en je hebt je gebouwen verkocht dan heb je niet zomaar de gebouwen terug. En daarom is er een vluchtelingencrisis. Niet vanwege de hoge instroom maar vanwege de lage instroom.
Daarbovenop wil tegenwoordig iedereen meepraten maar bijna niemand wil meedoen. Zo is de overheid sinds 2015 gegroeid van 400.000 naar 600.000 mensen. Dat is dus 50% meer personeel! Maar welke diensten levert de overheid daarvoor? Zijn er meer voorzieningen, meer zorgpersoneel? Leraren? Politie? Of zijn het vooral beleidsmedewerkers, juristen, en andere water naar de zee dragers? Het gaat ons er niet om dat de overheid onbelangrijk is maar als de overheid groeit gaat de capaciteit naar de juiste onderwerpen of is er sprake van een enorm waterhoofd?
In de industrie 300.000 mensen minder werken in diezelfde periode. De zorg kampt met een tekort aan mensen. En vaklieden zijn schaars maar vooral ondergewaardeerd. De vraag is dus waarom is de publieke dienstverlening kapot? Waarom betalen we niet voor werk en is alleen een investering in stenen/vastgoed lonend. Het simpele kopen van een huis is lonender dan werken. Waarom hebben we toch zo’n moeite met een beetje overcapaciteit. Waarom zo’n moeite met mensen die hier hun gelukwens zien? Zijn wij zo arm, of zij?
Het investeren in vastgoed en gebouwen is wat we vooral veel zien in Nederland er worden gebouwen neergezet en aan de gevel wordt een bordje opgehangen: Ziekenhuis. Opvanglocatie. Station. Muziekschool. In het buitenland zien we dat ziekenhuizen en overheidsgebouwen vaak verouderd aandoen, zowel in België maar ook in Duitsland. In het gebouw staat dan weer de duurste medische apparatuur voor de beste behandelingen. Met andere woorden men blijft dichter bij de centrale vraag, “wat zijn we hier aan het doen?”. En het olympische rendementsdenken heeft de druif nog niet tot krent verdroogd, een lege huls waar het idee niet tot wasdom is gekomen omdat de aandacht op de huls was gericht.
Dus handen op de bal, de klus, de taak, het werk, oog voor de mens en geld weer als middel en niet als doel. In welk land willen we leven? En waaraan mag de overheid het verdiende geld uitgeven? Omdat we dat willen. Voor die taken heeft marktwerking geen ultiem antwoord, het zijn publieksdiensten in het algemeen belang die sowieso niet werken volgens marktprincipes, maar beleidskaders en afspraken. Dus een beetje meer wij in plaats van ik.