De wet van twee weegschalen.

Er was eens een rijk bestuur in een laag land aan zee. In het glazen huis van de macht besloten de regenten een nieuwe maat voor schatten en bezit te verordenen. Het was geen blijvende wet, zo zeiden zij, maar een brug van planken en touw — gelegd om een gat in hun kas te dichten.

“Gij meet met twee maten. De ene weegschaal staat in de zon, de andere in de schaduw.”

De boden trokken door het land en riepen:

“Wie zijn geld laat groeien op papier, zal jaarlijks betalen — ook al heeft hij nog niets geoogst. Wie zijn rijkdom in stenen stapelt, betaalt pas wanneer hij verkoopt en afscheid neemt.”

En zo geschiedde.

De kleine spaarder, die korrels van toekomst zaaide in mandjes van aandelen en fondsen, moest elk jaar een deel van zijn oogst afstaan — zelfs wanneer het graan nog groen op het veld stond. Velen betaalden met munt die zij elders vandaan moesten halen, en hun akker werd dunner dan beloofd.

Maar de heer van vele huizen, die kamers verhuurde en daken telde, mocht wachten. Zijn winst sliep achter deuren en sloten, tot de dag van verkoop.

Een oude boekhouder sprak op het plein:
“Gij meet met twee maten. De ene weegschaal staat in de zon, de andere in de schaduw.”

Doch de regenten antwoordden:
“De schatkist duldt geen leegte. Eerst vullen, dan verbeteren.”

Zo bouwden zij een stelsel met raderen, hefbomen en tandwielen — zo ingewikkeld dat niemand het geheel nog overzag. De schrijvers zuchtten, de rekenaars struikelden, en de wachters van de belastingtoren konden het gewicht nauwelijks dragen.

En men fluistert nu in de wandelgangen:
Wie een monster smeedt om haastig een gat te vullen, moet later leven met zijn schepping


Geplaatst

in

door

Tags: