Laten we de USA opheffen


Wat als Europa Amerika zou willen opheffen?

Stel dat de Europese Unie morgen verklaart dat de Verenigde Staten als politieke eenheid niet langer houdbaar zijn. Dat het federale bestuur faalt, dat staten hun “ware identiteit” terug moeten krijgen en dat Europa daarom het uiteenvallen van de VS aanmoedigt. Niet uit vijandigheid, zo zou men zeggen, maar uit zorg voor democratie en vrijheid.

De verontwaardiging zou onmiddellijk en terecht zijn. Europese leiders zouden worden beschuldigd van ongepaste inmenging, arrogantie en een diep gebrek aan respect voor soevereiniteit. Want sinds wanneer bepaalt een externe macht hoe een ander democratisch samenlevingsverband zich moet organiseren?

Precies die vraag verdient aandacht wanneer omgekeerd wordt gesuggereerd dat de Europese Unie zou moeten worden opgeheven.

De EU is geen opgelegd project en geen technocratisch toeval. Zij is ontstaan uit vrijwillige verdragen, democratische besluitvorming en het besef dat samenwerking noodzakelijk is in een onderling verweven wereld. Nationale identiteiten zijn niet opgeheven, maar ingebed. Lidstaten behouden hun taal, cultuur en politieke tradities — en, zoals de geschiedenis laat zien, zelfs het recht om te vertrekken.

Het probleem met het idee dat Europa moet verdwijnen, is niet dat het kritiek levert. Kritiek hoort bij democratie. Het probleem is dat het de legitimiteit van een democratisch gekozen orde ontkent. Het suggereert dat politieke structuren alleen mogen bestaan zolang ze een externe macht welgevallig zijn.

Laten we de metafoor doortrekken. Stel dat Europa vervolgens zou aankondigen voortaan alleen nog zaken te doen met Amerikaanse staten die het als stabiel en voorspelbaar beschouwt, omdat het federale bestuur te grillig is geworden. Dat handel en veiligheid afhankelijk worden van de vraag of instituties sterker zijn dan persoonlijke macht.

Ook dat zou onaanvaardbaar worden gevonden. Niet omdat waarden irrelevant zijn, maar omdat willekeur nooit een vervanging kan zijn voor rechtsorde.

En daar ligt de kern. De echte tegenstelling loopt niet tussen nationale identiteit en Europese samenwerking, maar tussen instituties en impuls, tussen rechtsstaat en politieke willekeur. De EU is traag en soms frustrerend — maar juist daardoor bestand tegen de grillen van één leider of één moment.

Europa hoeft niemand op te splitsen om zichzelf te beschermen. Het hoeft alleen helder te zijn over zijn principes. Wie het absurd vindt dat Europa zou willen bepalen hoe Amerika moet bestaan, begrijpt waarom het omgekeerde net zo onaanvaardbaar is. Democratie is geen advies van buitenaf. Ze groeit van binnenuit — of helemaal niet.


Geplaatst

in

door

Tags: