In Zomergasten stelt Hanneke Groenteman de vraag. Kan je heimwee hebben naar een mens? Aanleiding. De inbreng van een interviewfragnent met Prins Claus. Door Pierre Bokma, in deze aflevering van zomergasten het lijdend voorwerp van de avond. Bokma reageert direct met een duidelijke dubbele, “Ja”. En waar hebben we dan heimwee naar? De mens, zijn gedachtegoed, de knappe verschijning, de wijze van spreken, de wijsheid, de andere kijk op de wereld. Conclusie, in deze wereld was hij hoogstwaarschijnlijk uit zijn protocolaire corset gebroken. Hoewel we het nooit zullen weten maakt het statement met zijn stropdas en de levensloop dat i.d.d. wel waarschijnlijk. Hij had het al gedaan.
De vakantie is ten einde en het nieuwe jaar begint weer. Binnenkort Prinsjesdag we gaan dan horen welke beleidsantwoorden zijn geformuleerd in de voorbije maanden. Antwoorden die schijnbaar onoplosbare themas moeten aanpakken. Op welke wijze gaat dit vreemde kabinet de tegenstellingen verzoenen in onze nationale en internationale beleidskwesties?
Gaan we déescaleren of worden conflicten verdiept; migratie, landbouw en natuur, bouw, Gaza, Oekraïne. Kunnen we ons naast de ontreddering van de slachtoffers, de vluchteling. Ook nog verplaatsen in die van minder salonfähige types als Putin, of Netanyahu? Zou dat moeilijke perspectief mogelijk iets op kunnen leveren? Kunnen we nog iets van de tweede wereldoorlog leren als we de ontreddering van Hitler en zijn strijdmakkers eerder in zijn leven hadden begrepen? Zou zo’n inzicht nu, kunnen leiden tot betere beleidskeuzes? Met meer wijsheid en minder schade.
Wat schreef de verguisde Herman Brusselmans nou echt de afgelopen zomer in zijn column. En dan bedoelen we niet de kwetsende formulering. Maar wat hij probeerde te vatten in taal. “De ontreddering”, van een Gazaan die zijn zoontje en vrouw onder het puin vandaan moet halen. En wat dat in een mens oproept. Als we nou allemaal eens een beetje beter zouden proberen in de schoenen van de ander te staan. Ontstaat er dan misschien wel ruimte? Voor een andere weg? Een nieuw pad. Waar we uit de koude natte kuilen van ons ingegraven gelijk klimmen. Zoals Plato ons al onderwees. In zijn allegorie van de grot. De schok dat er niet zoveel aan de hand is. Dat de zon gewoon schijnt buiten. Kon wel eens dusdanig ontredderend zijn voor de grotbewoners. Dat de menigte die binnen in de grot zit te kijken. Naar het schaduwspel van de schimmen op de muur. De menigte zal de boodschapper van het bevrijdende inzicht beslist tot de orde roepen desnoods met juridisch of fysiek geweld om hem van zijn wanen te genezen. Alles liever dan de ontreddering en het tranendal wanneer we het ‘monster’ ontmaskeren door het recht in de bek te kijken. De ontreddering dat we fout zaten en een hoop leed voorkomen had kunnen worden als we eerder tot inzicht waren gekomen.
Wat als we de angst voor die ontreddering eens toelaten? De tranen van de gebroken dromen, de afwijzing, de verloren dierbaren, het stramme lijf en de verloren jeugd en niet uitgekomen verwachtingen, de nagelaten intenties en de teleurstelling van het uitblijven van oplossingen uit gemakzuchtige antwoorden.
Als we de ontreddering konden verdragen. En het bijbehorende verdriet toelaten. Zou dat de blokkades opruimen? De harten openen. En leiden naar een ander pad. Een nieuwe weg. Waar velen zo’n heimwee naar hebben.
Kan je heimwee hebben naar een mens? Een zeer ontredderende vraag.