Zijn we in oorlog? De aap op de rots.

De aanval op de gasinstallatie in Qatar legt een pijnlijke realiteit bloot: onze energievoorziening is kwetsbaar en afhankelijk. In één klap worden we nog sterker aangewezen op de aanvoer van Amerikaans LNG — iets wat onder een regering als die van Donald Trump ongetwijfeld niet als een probleem wordt gezien, integendeel.

zodra er ruimte ontstaat voor rust, autonomie of evenwicht, verschijnt er iemand die de open vacature opeist van leider, redder, of moreel kompas. De “aap op de rots”

Gesprekskring

Misschien is dit het moment om een ongemakkelijke vraag te stellen: wie of wat vormt eigenlijk onze grootste kwetsbaarheid? Is dat een externe tegenstander, of is het onze eigen afhankelijkheid, onze bereidheid om structureel te leunen op systemen waar we zelf geen controle over hebben?

Die afhankelijkheid is niet alleen geopolitiek, maar ook cultureel. We hebben een manier van leven ontwikkeld die voortdurend vraagt om toevoer van buitenaf: olie, gas, uranium, grondstoffen. We organiseren onze welvaart rondom permanente beschikbaarheid, zonder echte buffers of alternatieven. Dat maakt ons efficiënt — maar ook fragiel.

En dan is er het menselijke aspect. Het patroon dat zich steeds herhaalt: zodra er ruimte ontstaat voor rust, autonomie of evenwicht, verschijnt er iemand die de open vacature opeist van leider, redder, of moreel kompas. De “aap op de rots” — degene die het overzicht claimt, richting geeft, en daarmee ook macht naar zich toetrekt.

Waarom blijven we daarin trappen? Waarom laten instituties — wetgevers, handhavers, militairen — zich meeslepen in dat spel van macht en invloed? Het is te eenvoudig om dat alleen als misleiding te zien. Het heeft ook te maken met hoe samenlevingen werken: met behoefte aan orde, aan duidelijkheid, aan hiërarchie. Maar diezelfde behoefte maakt ons ook vatbaar voor simplificaties en afhankelijkheid van sterke figuren.

Misschien ligt de echte vraag dus niet bij “wie is de vijand?”, maar bij “waar ligt onze weerbaarheid?”. Waarom investeren we zo weinig in brede vorming, kritisch denken en zelfredzaamheid? Waarom bouwen we systemen die alleen functioneren onder ideale omstandigheden?

Wat kunnen we dan wél doen?

Niet per se door radicaal terug te keren naar een verleden, maar door elementen daarvan opnieuw serieus te nemen. Een samenleving die minder afhankelijk is, begint bij lokale veerkracht. Dat betekent: energie opwekken waar het gebruikt wordt, via wind, zon en andere hernieuwbare bronnen. Het betekent ook investeren in kennis en vaardigheden die onafhankelijkheid vergroten — van voedselproductie tot ambacht.

Denk aan het opnieuw waarderen van moestuinen, lokale landbouw en korte ketens. Aan het herstellen van wandel- en fietsinfrastructuur als volwaardige alternatieven voor transport. Aan kleinschalige productie: weven, repareren, bouwen. Niet als nostalgie, maar als strategische keuze voor robuustheid.

Ook technologie hoeft daarin geen vijand te zijn. Integendeel: moderne zonnepanelen en windmolens kunnen juist een sleutelrol spelen in lokale autonomie. Het gaat niet om “oude” versus “nieuwe” technologie, maar om de vraag: maakt dit ons afhankelijker, of juist zelfstandiger?

Uiteindelijk draait het om balans. Een samenleving die volledig leunt op mondiale systemen zonder lokale basis, verliest haar veerkracht. Maar een samenleving die alleen naar binnen keert, verliest haar dynamiek en innovatie.

De uitdaging is dus niet om terug te gaan, maar om anders vooruit te gaan: met meer aandacht voor autonomie, spreiding van risico’s en een levenswijze die niet voortdurend afhankelijk is van wat elders gebeurt.


Geplaatst

in

door

Tags: